Het bijzondere aan sociale fatsoen normen zijn, is dat deze nooit ergens zijn opgeschreven. Er was geen boek met regels, geen lijst aan de muur. Geen wet die ze verplicht stelde.
En toch kende iedereen ze stuk voor stuk, en volgde ze op omdat ze met de paplepel waren ingegoten door de ouders. Ze vormden het onzichtbare raamwerk van fatsoen en naastenliefde dat de gemeenschap bijeenhield, en werkten omdat iedereen ze respecteerde zonder daartoe gedwongen te worden.
Dat is vervaagd en we voelen het gemis ervan elke dag. De wereld is kouder, eenzamer, en meer “ieder voor zich” het lijkt niet meer op de wereld waarin we opgroeiden. Die oude ongeschreven regels vroegen iets van iedereen, en in ruil daarvoor gaven ze iedereen een plek een gemeenschap.
Als je bent opgevoed door mensen die volgens zulke regels leefden, dan draag je die oude laag van fatsoen nog steeds in je, en de wereld is beter voor elk beetje dat je daarvan doorgeeft.
Wat waren zoal die sociale fatsoen regels?
Je respecteert het werk van hulpdiensten als politie, brandweer, en ambulance.
Je zegt de ander gedag, de buren en mensen die je kent, en blijft vriendelijk op straat tegen mensen die je niet kent. Zeker in het verkeer als je voorrang krijgt. Ook al is het slechts een optillen van je hand of een vinger. We zijn gelijk in het verkeer, en het houd het verkeer vriendelijk.
Je gaat nooit ergens op bezoek met lege handen, het maakt niet uit hoe klein. Het is een vorm van respect en aandacht. Je komt niet om te halen maar om te delen.
Je brengt een ontvangen schaal (met eten) terug gewassen en met iets erin van jezelf. Het was je gegeven als een vriendelijk gebaar dat de gehele wijk vriendelijk houdt.
Je discuseer niet over geld, je vertel niet aan de ander wat je verdiend. En je vraagt niet wat de ander verdiend. Je zorgt ervoor dat je niet opschept over de prijs van iets dat je had gekocht, of over wat je kon veroorloven. Iemands financiën zijn privézaken en met je geld pronken of in andermans zaken snuffelen was een teken van slechte manieren.
Je kleedde je netjes aan om uit huis te gaan. Je gaat de deur niet uit alsof je net uit bed was gerold. Je fatsoenlijk presenteren in het openbaar was een manier om respect te tonen voor jezelf en iedereen om je heen, en slordig uitzien als je naar buiten ging, dat deed je gewoon niet.
Vertel het me in het contact formulier. Wat is die ene ongeschreven regel van toen waarvan je zou willen dat iedereen die vandaag de dag nog steeds zou moeten volgen?
