Codex

Deze codex is ondergeschikt aan de wetten van het land, en kan worden aangepast aan maatschappelijk inzicht door verloop van de tijd.

Codex Homo Sapiens.

  • Dit is een codex voor de universele primaire en secundaire plichten en rechten van elk mens in zijn groei tot en met de volwassene mens.
  • Uitgaande dat de mens eerst aan zijn verplichtingen moet voldoen om daarna schaamteloos aanspraak te kunnen maken op de evenredige bijbehorende rechten
  • Opgenomen zijn algemeen geldende normen en waarden vrij van discriminatie, politiek en religie.
  • De bewustwording en het overdragen van de verantwoordelijkheid van de verzorger naar de eigenverantwoordelijkheid gaat geleidelijk afhankelijk van zijn cultuur en eigenschappen in vier levensfase van globaal 7 jaar,.
  • Levensbehoeften.
  • Het supplement.

 

De ongeboren vrucht

In de periode van 120 dagen na het uitblijven van de menstruatie is een ongewenste zwangerschap afbreekbaar, daarna is de mens in wording en heeft de foetus recht om door elk mens beschermd te worden tegen ongewenste invloed op het groeiproces.

 

 De eerste levensfase tot 7 jaar.

Primaire recht zonder plichten heeft elk kleuter op: voedsel, kleding, slaapplaats, te spelen, te leren, bescherming en op aanwijzingen voor een veilig gedrag van een liefdevolle verzorging.

 

Secundaire plicht heeft het opgroeiende kleuter de om te luisteren naar zijn verzorger. Dit houdt nooit in om -al dan niet tegen betaling- arbeid te verrichten. Het negeren door het kind heeft een beperking voor het kind. Deze beperking houdt nooit in fysiek of verbaal geweld.

 

Secundaire recht heeft het opgroeiende kleuter op het omgaan met: leeftijdgenoten, oudere kinderen en volwassenen waarbij het kind dient te leren zich sociaal te gedragen en het ontwikkelen van een zelfstandige wil.

 

 

De tweede levensfase tot 14 jaar.

Primaire plichten van het kind zonder afbreuk van de plichten van de verzorger voor het kind zijn: om over zijn eigen veiligheid te waken, bewustwording dat zijn sociale gedrag anderen beïnvloedt, en zijn lichaam te verzorgen.

 

Primaire rechten van het kind zijn: te spelen, masturberen, andere te benaderen of zich te verwijderen, een uitleg over zijn gedrag van zijn verzorger, bescherming van zijn verzorger tegen ongewenst lichamelijk contact, voorlichting over zijn ontwikkeling tot geslachtsrijpheid .

 

Secundaire plichten van het kind zijn zich sociaal te gedragen, andere te helpen.

 

Secundaire rechten van het kind zijn zich te verdedigen, onderricht, vertier en vermaak, respect voor gedeeltelijke eigenverantwoordelijkheid van zijn mening in verhouding tot de feitelijke situatie.

 

De derde levensfase tot 21 jaar.

Primaire plicht heeft de jongvolwassene, zich te gedragen naar de normen en wetten van zijn samenleving, en verantwoordelijkheid te dragen voor zijn handelen,

 

Primaire recht heeft de jongvolwassene, op zelfbeschikking waarbij hij de verzorger ontheft van de plicht te zorgen voor voedsel en kleding en slaapplaats, om vrijwillig lichamelijke seksuele relaties met andere vanaf de derde levensfase aan te gaan als bij wet bepaald.

 

Secundaire plichten heeft de jongvolwassene, om levensreddende handelingen te verrichten zonder hieruit rechten te kunnen ontlenen, bij gebruikmaking van zelfbeschikking het aanvaarden van zijn verantwoordelijkheid om arbeid te verrichten voor levensonderhoud.

 

Secundaire rechten heeft de jongvolwassene, het vrijwillig aangaan van verbintenis als bij wet bepaald in zaken en relaties, bij verantwoording van zijn handelen de mogelijkheid van het zwijgen.

Door gebruikmaking van zijn zelfbeschikking, beperkt de jongvolwassene de verantwoordelijkheid van de verzorger tot verhindering van misdaden.

 

De vierde levensfase vanaf 21 jaar

Primaire plicht heeft elke volwassene:

  • De verantwoordelijkheid te dragen voor zijn handelen.
  • De primaire rechten van de medemens te respecteren en te handhaven.
  • Zich te verzetten tegen inbreuk op de primaire plichten en rechten.
  • Zich sociaal te gedragen.
  • In zijn eigen levensonderhoud te voorzien.
  • Zich te onthouden van willekeurige vrijheidsbeperking of bewegingsvrijheid.
  • Zich te onthouden van slavernij zijnde op enige wijze een ander te dwingen tot arbeid dan wel het dreigen of beperken van vrijheid.
  • Zich te onthouden van discriminatie zijnde op minderwaardige wijze onderscheid maken op basis van huidskleur, ras, seksuele, geaardheid geslacht of leeftijd.
  • Zich te onthouden van lichamelijke seksuele contacten met kinderen in de eerste en tweede levensfase.
  • Zich te onthouden van het aangaan van toenaderingen indien de ander als ongewenst kenbaar heeft gemaakt.
  • Zich te onthouden van het gebruik van andermans bezittingen zonder voorafgaande toestemming

 

Primaire recht heeft elke volwassene:

  • Bescherming van zijn rechten door zijn medemens en zijn gemeenschap.
  • Het recht op vrijheid van gedachten, geweten, godsdienst, en meningsuiting.
  • Gelijkwaardige behandeling en een eerlijk openbaar proces.
  • Ontwikkeling en bewustwording.
  • Na het begaan van moord het recht op behoud van het leven en op zelfdoding.
  • Billijke vergoeding voor arbeid en het weigeren van arbeid.
  • Vrijheid van vereniging en vergadering.
  • Het verwerven van materiële en immateriële eigendommen.
  • Verklaren en eenzijdige opzegging van gebondenheid of trouw aan een medemens.

 

Levensbehoeften.


Primaire levensbehoeften
 zijn behoefte om te ademen, voedsel, voortplanting, rust en bescherming tegen weersinvloed. Het niet voorzien of door ander onthouding van een van deze elementen volgt na verloop van tijd de dood. De gemeenschap en elke burger heeft dan ook als primaire taak deze te waarborgen.

Secundaire levensbehoeften zijn het sociaal contact, gelijkwaardigheid, ontspanning, opleiding, communicatie, het recht en een mate van geluk evenals het streven naar geluk. Het niet voorzien of door ander onthouding van een van deze elementen volgt een vermindering van de levenszin en/of levensgeluk. De gemeenschap en elke burger heeft dan ook de taak dat elk individu kan streven deze te verwezenlijken.

Additieven levensbehoeften is het persoonlijke bezit (dat voortkomt uit zijn arbeid) als: luxe, mode, vakantie, sport en kunst. Het niet voorzien of door ander onthouding van een van deze elementen volgt een beperking van het levensgeluk, dat geen levensschade met zich meebrengt. De gemeenschap en elke burger heeft dan ook de taak dat elk individu kan streven deze te verwezenlijken in evenwicht met het belang van de samenleving.

 

Het supplement.

In dit supplement zijn opgenomen de principiële sociaal humanistische normen en waarden.

Indien iemands naaste in levensgevaar verkeerd, heeft iedereen de plicht al zijn vermogen aan te wenden om hem te redden.

Aangaande de niet levensreddende hulp van mens tot mens.

  • Iedereen mag voorwaarden stellen aan zijn hulp.
  • Er is geen plicht tot het verlenen van hulp.
  • Iedereen heeft het recht hulp te weigeren, belemmering is voldoende om te weigeren.
  • De hulpverlener bepaald of de hulp bijdraagt aan het gestelde doel.
  • De hulpverlener bepaalt de wijze van hulp, ook al wenst de hulpvrager anders.

 

Aangaande hulp van de staat of een gemeenschap aan individuen en groepen.

  • Humanitaire hulp is zonder dat hieruit verblijfsrechten of andere rechten kunnen ontlenen.
  • De hulp is gericht als tijdelijke ondersteuning tot het zelfstandig en zonder hulp voort gaan.
  • En zal nooit leiden tot structurele afhankelijkheid.

 

 

De staat of een gemeenschap kan hulp verschaffen als:

  • Hulpgoederen, diensten, bescherming, huisvesting, voeding en kleding.
  • Belangenbehartiging in het recht.

 

 

De staat of een gemeenschap heeft géén plicht in:

  • Persoonlijke munten subsidies.
  • In arbeid te voorzien en/of additieven levensbehoeften te voorzien.
  • Hen te beletten zichzelf te benadelen of risico’s te nemen.

 

 

Aangaande rechtspraak.

  • Uit fouten of misdaden gemaakt door een individu of groep, kan de benadeelde mens of groep zich geen ander recht ontlenen dan het herstel, en de veroordeling tot straf van de veroorzaker.
  • De strafmaat voor de veroordeelde dient zwaarder te zijn dan de schade die is veroorzaakt.
  • De wijze waarop bewijslast is verkregen in een misdaad, daaruit kan geen recht worden ontleend tot vernietiging van het bewijs.
  • De wijze waarop de bewijslast is verkregen dient onafhankelijk te worden beoordeeld in verhouding tot de misdaad.
  • Wetten van de staat dienen ondergeschikt te zijn aan het geweten van bestuurders en rechters.
  • Wetten dienen als handvatten voor een gelijkwaardige behandeling en beoordeling in gelijke zaken.